Van Franeker naar Den Haag
Foppe Jans, komend van Franeker, vestigt zich begin 17e eeuw in den Haag. Hij werkt daar als schoenmaker. Men is in die tijd niet zo nauwkeurig in de schrijfwijze van namen. We vinden in die periode: van Baerda, van Baarda, van Barda. Foppe Jans komt voor in een notariële akte uit 1647. Hij ondertekent dit document met de naam: FOP JANS van BAERDA en met zijn huismerk.
Tot 1860 vinden we veel van zijn nakomelingen terug in den Haag en andere steden in het westen van Nederland zoals Delft en Haarlem. Na die periode verlaten de van Baarda's den Haag en zwerven uit over Nederland, maar ook ver daarbuiten.
Foppe Jans zijn oudste zoon heet Jan Foppe. Deze krijgt weer een zoon Foppe Jans. Zijn zonen sterven jong of blijven kinderloos, waarmee de naam Foppe verdwijnt.Het vierde kind van onze eerste Foppe Jans heet Pieter Jans. Hij noemt zijn derde zoon Petrus Johannes. Hierna volgen meerdere generaties Petrus Johannes. Uiteindelijk is dit de enige lijn die nakomelingen
voortbrengt tot in de huidige tijd.
Voor zo ver wij weten zijn deze van Baarda's werkzaam in ambachtelijke beroepen. Financiëel gaat het hen kennelijk niet voor de wind. Twee opeenvolgende generaties Petrus Johannes zijn bij hun overlijden "insolvent".
Dit overkomt ook Pieter Johannes, geboren 11-11-1704. Hij is kunstdraaier van beroep.
Hij trouwt met Johanna van Munster, de weduwe van zijn neef Hendrik. Zij overlijdt in 1750. Een jaar later sterft ook Petrus Johannes.
Er blijven 5 wezen achter, 3 meisjes en 2 jongens.
De jongens komen terecht in het weeshuis van de Fundatie van Renswoude.
Als "veelbelovende weesjongens" werden ze uitverkoren een technische opleiding te volgen.
Johannes Antoni, geb 17-06-1741, wordt opgeleid tot horlogemaker, zijn broer Petrus Johannes, geb 08-12-1744, krijgt een opleiding tot instrumentmaker.
Pieter Johannes heeft een broer Albert. (zie kwartierblad Petrus Johannes)
Albert trouwt met Elisabet de Ruijter. Merkwaardigerwijs wordt zij later Elisabet van Rijn genoemd. Zij krijgen 4 kinderen. De oudste, Leuntje sterft jong. Daarna krijgen ze nog 3 jongens: Jan, Pieter en Abram.
Albert sterft vroeg, datum onbekend. Zijn vrouw blijft met 3 jongens achter die de kost moeten verdienen.
Van Jan en Pieter kennen we geen geboortedatum. Beide jongens monsteren in 1753 aan op een schip van de
Oost Indische Compagnie; Jan op d'Erff-Prins, Pieter op de Baarsande.
Jan schrijft vanuit Kaap de Goede Hoop en vanuit Batavia een aantal brieven aan zijn moeder. Pieter sterft op 13 januari 1757 in een hospitaal in Batavia.
Als Elisabet overlijdt zijn haar kinderen onbereikbaar. Ze heeft dus geen erfgenamen. Haar inboedel wordt notarieel beschreven en verkocht, de niet verkoopbare zaken, waaronder de brieven van haar zoon, komen in een notarieel archief. Hierdoor zijn ze bewaard gebleven.
U kunt de tekst van de brieven lezen via de menuknoppen.
Jan aanvaardt de terugreis in 1758 met een ander schip: de Bevalligheid. Dit schip vergaat op deze reis met man en muis. Abraham is dan nog de enige zoon die in het onderhoud van zijn moeder en hemzelf moet voorzien. Hij neemt in 1761 dienst in het garnizoen van Namen.

