Kinderen van Cato (Catharina Maria) en Peter van Slooten

Pieter Geyl, 15-12-1887   31-12-1966

Relatie met familie van Baarda: Pieter Geyl was gehuwd met Corrie van Slooten


 

Pieter Catharinus Arie Geyl 15-12-1887 31-12-1966

Pieter Geyl was hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Als journalist en polemist bestreed hij het Oranjehuis en het nazi-regime. Bovenal was hij inspirator van de Groot-Nederlandsche gedachte. Geyl profileert zich begin twintigste eeuw als een arrogant historicus die nooit een conflict uit de weg gaat. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen, heeft overal een mening over en schoffeert collega’s. Hij verspreidt het idee dat Nederland, België en Zuid-Afrika op taalkundig en cultureel gebied nauw moeten samenwerken. Deze gedachte baseert hij onder andere op zijn studie ‘de Geschiedenis van de Nederlandse stam’. In het interbellum wordt hij actief in de Vlaamse politiek. In 1937 maakt hij een reis door Zuid-Afrika en wordt hij deelgenoot van de opleving van de Afrikaanse taal en cultuur, die na de Boerenoorlog was opgebloeid. Hij zet zich in voor behoud van het Nederlands in Zuid-Afrika. Door zijn kritiek op het nazi-regime wordt hij in de Tweede Wereldoorlog vastgezet in concentratiekamp Buchenwald. Later wordt hij overgeplaatst naar Nederlandse strafkampen. Als hij wegens gezondheidsredenen wordt vrijgelaten, gaat hij in het verzet. Na de oorlog wordt hij hoogleraar aan de universiteit van Utrecht. Hij blijft actief publiceren, met name essays.

Pieter Geyl  was een beroemde, uitgesproken historicus, die conflicten niet uit de weg ging. Maar zijn werk wordt tegenwoordig nauwelijks meer gelezen.

Geyl schreef over uiteenlopende onderwerpen als de Oranjes, Gustave Flaubert, Menno ter Braak, de Nederlandse ‘stam’ en de verwantschap tussen Nederland en Vlaanderen. Hij ging te strijd aan met andere historici als Jan Romein en de Brit Arnold Toynbee. Geyl had lak aan gevestigde reputaties, men vond hem fanatiek en arrogant.

‘Het ontbrak me nooit aan zelfvertrouwen’, stelde Geyl dan ook terecht. Tijdens zijn lange carrière deed hij er alles aan om zijn stempel op de geschiedwetenschap te drukken. Daarbij kon hij zijn vakbroeders behoorlijk schofferen.

De bestrijding van het idee dat de geschiedenis een onvermijdelijk verloop heeft was één van de belangrijkste stokpaardjes van Geyl. Hij meende dat de geschiedenis zeer grillig en willekeurig verloopt. Met die stelling botste hij op andere historici.

Geyl had het bijvoorbeeld voorzien op het marxisme van Romein en diens aanname dat er een Algemeen Menselijk Patroon bestond. Romein meende na de zoveelste aanval van Geyl dat deze een hetze tegen hem aan het voeren was.

Met de vermaarde historicus Arnold Toynbee kruiste Geyl na WO II de degens op tv in een BBC-programma. Geyl was volgens velen de winnaar van het debat dat ging over de vraag of er een patroon in de geschiedenis is aan te wijzen. Het tv-optreden betekende zijn internationale doorbraak.

Na zijn dood op oudejaarsdag van 1966 was de reputatie van Geyl nog springlevend. Kranten prezen hem als een volstrekt onafhankelijke geest, een grote geleerde en één van de belangrijkste Nederlandse historici.

Binnen zes jaar was er weinig meer van zijn faam over: zijn boeken werden nauwelijks meer gelezen en herdrukt. De Leidse hoogleraar Ivo Schöffer vroeg zich in 1972 in het artikel ‘De vreemde wegen van de roem’ af hoe dat kwam.

Schöffer meende dat de belangrijkste reden was dat het werk van Geyl niet aansloot op de nieuwe stromingen structuralisme, neo- marxisme en de integrale geschiedschrijving van de Franse Annales-historici. Daarnaast begon men steeds meer naar de wereld buiten Europa te kijken.

Zo verloor het werk van Geyl snel aan actualiteit. Hij werd na zij dood gezien als een historicus van het verleden. Ook nadat de historische modes van de jaren zestig en zeventig waren overgewaaid, bleef Geyl ongelezen en nog voornamelijk bekend vanwege zijn reputatie.

Joris Smeets

 

In 2009 verscheen postuum de autobiografie van Pieter Geyl: Ik die zo weinig in mijn verleden leef. Autobiografie 1887-1940.

In deze autobiografie laat Geyl niet alleen zijn arrogantie en enorme zelfingenomenheid en ijdelheid zien maar doet hij ook verslag van zijn talloze seksuele escapades. Hierbij toont hij weinig respect voor zijn vele vrouwelijke veroveringen. Dat zijn gedrag iets met het overlijden van zijn eerste echtgenote te maken heeft, bestrijdt hij. Zijn kinderen waren duidelijk een andere mening toegedaan en hebben hun vader nooit vergeven. Niet voor niets hebben ze de verschijning van deze autobiografie, uit respect voor hun moeder,  weten uit te stellen tot na hun dood.

links:

Biografisch woordenboek van Nederland

Wikipedia