Pieter Geyl (1887-1966) en Corrie van Slooten (1884-1933)

Een ongelukkig huwelijk met een dramatisch einde. 

 

Corrie van Slooten (25-12-1884 - 29-09-1933)  was getrouwd met Pieter Geyl (15-12-1887 31-12-1966)

Pieter Geyl is een bekend maar ook wel omstreden Nederlands historicus.

Zijn grootste roem heeft hij verworven na de Tweede Wereldoorlog als hoogleraar in de algemene en vaderlandse geschiedenis na de Middeleeuwen in Utrecht, waar hij in 1936 benoemd was.

Geyl heeft zijn hele leven geschreven ( hij leefde met de pen in zijn hand). Er zijn 3 grote onderwerpen waardoor hij bekend is geworden en waarover hij een duidelijk andere historische opvatting had dan de ‘mainstream’ historici van de Nederlandse geschiedenis:

  • Geyl was aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte: hij verzette zich tegen de opvatting dat de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in de geschiedenis onvermijdelijk was en gestuurd was door de scheiding tussen calvinisten en katholieken. Hij was dan ook sympathisant van de Vlaamse Nationalisten
  • Ook was hij van opvatting dat de opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse overheerser niet primair een opstand was van calvinisten tegen een Katholieke heerser maar veeleer een nationaal verzet was
  • Geyl was zeer kritisch naar de Oranjes. Hij bestreed het idee dat de Oranjes de bindende factor in de strijd tegen de Spanjaarden waren geweest

Pieter Geyl was een fel tegenstander van de Nazi’s. Hij werd dan ook al aan het begin van de bezetting opgepakt en gevangen gezet in Buchenwald. Later werd hij overgeplaatst naar St

Michelgestel waar hij tot 1944 verbleef en deel uit maakte van de ‘Heeren-Zeventien gijzelaars’

In deze periode schreef Geyl een autobiografie. Dit manuscript kwam terecht in zijn archief dat hij na de oorlog aan de Utrechtse Universiteit had geschonken. Het is daar uitgetypt waarna het manuscript zoekgeraakt is. In 1971 hebben zijn kinderen Wim en Toos, notarieel laten vastleggen dat deze autobiografie alleen gepubliceerd mocht worden met hun toestemming.

Daarmee raakte dit document definitief onder het stof. Definitief, totdat Wim Berkelaar, Leen Dorsman en Pieter Hees het enkele jaren na het overlijden van Wim en Toos in 1998 weer hebben opgeduikeld en in 2009 onder de titel: ‘Ik die zo weinig in mijn verleden leef’’ hebben gepubliceerd.

In deze autobiografie gaat Pieter Geyl uitgebreid in op zijn persoonlijke geschiedenis en zijn carrière, maar ook op zijn geschiedenis met echtgenote Corrie.  Hij schuwt daarbij niet om te vertellen over de talloze buitenechtelijke relaties die hij heeft gehad. Ik probeer hier uit de 485 pagina’s dat te halen wat te maken heeft met zijn geschiedenis met Corrie van Slooten.

Pieter Geyl is geboren op 15 december 1887 in Dordrecht. Zijn vader was daar huisarts met speciale belangstelling voor de gynaecologie en verloskunde. Naar Pieter in zijn autobiografie beweert was hij erg gefrustreerd dat hij geen hoogleraar werd zoals zijn vriend Treub. Dit zou mede de oorzaak zijn geweest dat vader Arie Geyl verslaafd raakte aan de morfine, hierdoor zijn praktijk moest opgeven en volledig aan de grond raakte. Het gezin leefde sinds 1899 op kosten van oom Meindert. Meindert Boogaerdt, houthandelaar en getrouwd met de zus van vader Arie Geyl.

Door deze ellende verhuist het gezin vaak. Pieter start zijn gymnasiumopleiding in Breda. In 1904 komt hij terug naar Den Haag en komt in de 5e klas van het Haagse Gymnasium ( het Gymnasium Haganum, toen aan het Westeinde ) In dezelfde klas zit de 3 jaar oudere Corrie van Slooten. In 1905 besluiten ze tijdens een wandeling zich te verloven: hij 17 en zij 20 jaar.

Beiden gaan in 1906 Nederlands studeren in Leiden. Pieter stapt een jaar later over op geschiedenis. Het gezin van Pieter verhuist ook naar Leiden, dat is het goedkoopst voor oom Meindert. Corrie gaat op kamers bij twee dames op het Kort Rapenburg. Zij studeert met een particuliere beurs. Over haar ouders is Pieter weinig complimenteus: ‘haar vader was een gefailleerde kostschoolhouder. Zij haatte hem omdat hij haar moeder, die kort voordat ik haar leerde kennen aan TBC gestorven was, ongelukkig had gemaakt’.

Pieter wordt geen corpslid. Hij wordt lid van een literair dispuut Literis.

Met de studie van Corrie wil het niet lukken. Ze boekt zo weinig voortgang dat haar beurs wordt ontnomen en ze gedwongen wordt een baantje te zoeken. Ze komt terecht bij de familie Strümphlers in Hilversum. Daar leert ze het dienstmeisje Aafje Speets kennen. (Zij komt  na haar huwelijk met Pieter bij hen in huis komt.) In die periode worden de psychische problemen van Corrie duidelijk: ze ligt de hele dag in bed te huilen. Pieter beschrijft hier zijn eerste scharrel met Diane, een vriendin van Corrie.

Pieter studeert in 1911 cum laude af en ondanks alles trouwt het stel op 15 december 1911. Na zijn afstuderen ontvangt hij een beurs van het Fruinfonds, waardoor hij in staat gesteld wordt samen met Corrie een studiereis te maken door Italië als voorbereiding op een dissertatie.

6 ½ maand reisden ze langs Milaan, Venetië, Rome en Florence. Eind juni 1912 keert het stel volledig blut terug naar Nederland. Pieter kan dan beginnen als leraar aan een klein gymnasium in Schiedam. Oom Meindert schiet 1000 gulden voor om een bovenhuis aan de Lange Nieuwstraat in te richten.

Naast het lesgeven werkt Pieter aan zijn proefschrift. Aafje komt bij hen als huishoudelijke hulp inwonen. Corrie valt steeds vaker in depressies. Ook met vader Arie Geyl gaat het niet goed. Na een psychotische crisis wordt hij opgenomen in een ‘krankzinnigengesticht’ in Delft (Maasoord). Toch lukt het zijn promotie te voltooien. Op 10 december 1913 verdedigt hij zijn dissertatie met de titel:

‘Christofforo Suriano, resident van de serenissime republiek van Venetië in Den Haag, 1616 – 1623’

In 1913 krijgt Pieter een baan aangeboden als correspondent in Londen voor de NRC. Nog in Schiedam, op 18 oktober 1913, bevalt Corrie van dochter Toos. In januari 1914 vertrekt het jonge gezin naar Londen. De Eerste Wereldoorlog stelt hoge eisen aan de Londense correspondent maar biedt ook mogelijkheden met allerlei geschriften wat meer te verdienen. Ze wonen in die periode op 11 Brookside Road, Golders Green in Londen.

In september 1914 verhangt vader Arie Geyl zich in de inrichting in Delft. Pieter moet daarvoor terug naar Nederland. Hij krijgt als erfenis het zakhorloge van zijn vader overhandigd. Tot zijn ontsteltenis staat daarin gekrast: Piet, ellendige ploert Geyl.

Over de geboorte van zoon Wim schrijft Pieter: ‘ -Toos kreeg een dag na haar derde verjaardag, 19 oktober 1916, een broertje, Wim-. Korter kan het niet.

Over de periode 1917-1918 schrijft Pieter:

“Ik wist nu wel dat mijn huwelijk een misgreep was, niet dat ik meende dat ik in ’11 anders had kunnen handelen en ook niet dat de gedachte aan een verbreking bij mij opkwam. Maar ik werd niet bevredigd en ik had een hunkering naar andere vrouwen, naar echte liefde, naar avontuur”.

Hij begint een relatie met de inwonende Aafje en heeft daarnaast allerlei andere affaires. Veel van deze affaires lijkt Corrie niet in de gaten te hebben, maar af en toe wel.

Na de wapenstilstand van 1918 wordt geld ingezameld om een leerstoel Dutch Studies aan de

Londense Universiteit in te stellen. Pieter Geyl wordt als hoogleraar op deze leerstoel benoemd. In 1919 krijgt hij ook een functie bij het Nationaal Bureau voor Documentatie. Hij wordt er goed voor betaald. Hij gaat zich in die periode ook met de Vlaamse Nationalisten bemoeien.

In 1920 wordt Corrie steeds instabieler. Ze slaapt slecht, huilt veel, is tobberig en er zijn explosies van driftbuien. Besloten wordt dat Corrie een tijdje terugkeert naar Nederland om bij te komen. In  Hotel de Passage in den Haag komt het tot een heftige crisis. De dokter wordt erbij gehaald en Corrie wordt opgenomen in Berkenoord. Als Pieter de dokter bekent dat hij door zijn huwelijksontrouw mogelijk de aanstichter van deze crisis is, krijgt hij als antwoord dat Corrie aan een ziekte lijdt die geen uitwendige aanleiding nodig heeft. Het beestje wordt nog niet bij de naam genoemd. Tijdens deze opname leert Corrie mevrouw Egter van Wissekerke kennen, de vrouw van de burgemeester van Den Briel. Ze krijgt met haar een langdurige vriendschap.

Ondertussen begint Pieter in Londen een affaire met de echtgenote van zijn beste vriend van Eyck.

Pieter Geyl kent Piet van Eyck (Pieter Nicolaas van Eyck (1887-1954; Geyl noemt hem nooit bij zijn voornaam) al sinds zijn periode in Breda. Hij correspondeerde toen met hem. In 1904 komt hij hem weer tegen op het Haags Gymnasium. Van Eyck studeert rechten en is na zijn afstuderen van 1914-1915 correspondent voor de NRC in Italië en van 1919 tot 1935 voor dezelfde krant correspondent in London. Hier wonen het gezin Geyl schuin tegenover van Eyck en zijn vrouw Nellie. Met deze Nellie begint Pieter een relatie. Dat heeft hun vriendschap een tijd bekoeld maar als in 1935 Pieter benoemt wordt tot hoogleraar geschiedenis, wordt van Eyck benoemd tot hoogleraar Nederlandse Letterkunde in Leiden. Ze trekken dan samen op in de plagiaat affaire rond professor Colenbrander.

Hoewel in de periode 1920- 1930 Pieter hun situatie ‘niet ongelukkig’ noemt, zijn er voortdurend spanningen die ook te koste gaan van de kinderen.

Corrie is met de kinderen vaak en lang bij de Egters in den Briel. Wim en Toos noemen mevrouw Egter ‘Makie’. Als Corrie in Londen is geeft ze veel geld uit aan mooie spullen. Pieter troost zich met Aafje.

In 1930 komt het tot een crisis. Het gezin verhuist naar een ander huis in Londen. Corrie is druk en onrustig. Ze koopt spullen zonder rem. Dit keer heeft Corrie wel door dat Pieter een zoveelste affaire heeft. Ze gaat eerst helemaal uit haar bol en vervolgens duikt ze in een diepe depressie. Besloten wordt dat ze weer opgenomen moet worden in Berkenoord. Pieter zal haar daar naartoe brengen. Nog op de boot in Rotterdam zet Corrie een flesje aan haar mond. Ze raakt in coma en wordt in kritische toestand opgenomen in het Diaconessenhuis. Berkenoord weigert haar daarna op te nemen en zo komt Corrie terecht in Rijngeest in Leiden.

In de autobiografie van Pieter Geyl stopt het verhaal over Corrie plotseling met de zin: “Maar ik moet weerstand bieden aan een neiging om deze draad te vervolgen: ik wil nu eerst werk en actie in diezelfde periode van ongeveer 1924 tot ’30 behandelen’

Drieëntachtig pagina’s verder meldt hij, bij de afsluiting van zijn verhaal over het plagiaat van Colenbrander in 1933: ‘In datzelfde jaar 1933 is dus de dood van Corrie voorgevallen.’

Wat er precies gebeurd is vermeldt Pieter niet. Daarvoor moeten we een andere bron raadplegen: het overlijdensregister van Brielle.

Hier vinden we een overlijdensakte van 29 september 1933, betreffende het overlijden van Maria Cornelia (Corrie) van Slooten, 48 jaar oud, geboren te Valburg en wonende te Londen, met daaraan gehecht een proces verbaal van de politie. Het overlijden werd aangegeven door burgemeester F.J.D.C. Egter van Wissekerke en schouwarts A.O.H. Tellegen. Zij verklaarden dat mevrouw Geyl diezelfde morgen dood was aangetroffen in het huis van de burgemeester.

Wat was er gebeurd? Corrie was weer een periode opgenomen geweest in Wassenaar. Vóór haar terugkeer naar Londen logeerde zij enkele dagen bij haar vriendin Henriëtte Egter, de vrouw van de burgemeester.

Daar gebeurde wat iedereen had gevreesd. 's Nachts nam Corrie de toevoerslang van de gasverlichting in haar mond en zette de kraan open. Haar zoveelste poging tot zelfdoding werd te laat opgemerkt. Zij ligt 'toevallig' begraven op de oude begraafplaats van Brielle.

Een half jaar later, op 17 juli 1934 hertrouwt Pieter met Lien Kremer, een verpleegster die hij had leren kennen in de psychiatrische kliniek waar Corrie opgenomen was.

Aafje moet het veld ruimen en keert terug naar Nederland.  De relatie tussen Aafje en Pieter wordt allerminst verbroken. Zij is het vaste logeeradres in de perioden dat Pieter in Nederland is. Na de verhuizing van Londen naar Utrecht krijgt ze een deel van de Londense meubels.

Tijdens de Duitse bezetting speelt ze een rol in het verzet. Mathieu Smedts, bekend verzetsstrijder en later hoofdredacteur van Vrij Nederland, duikt in 1942 bij haar onder. Aafje wordt samen met Toos Geyl en haar man Wim Ouweleen door de Duitsers opgepakt. Wim en Aafje zitten tot eind 1943 in het Oranjehotel in Scheveningen.

Volgens Pieter hadden de kinderen zich bij zijn huwelijk neergelegd, ‘al stonden ze er afwerend tegenover’.

Toos, ze is inmiddels 21, gaat in Amsterdam Engels studeren. Wim verlaat ook het huis, gaat op kamers in Londen en studeert aan het University college.

In 1935 wordt Pieter Geyl benoemd tot hoogleraar Algemene en Vaderlandse Geschiedenis na de

Middeleeuwen aan de Universiteit van Utrecht. Die benoeming ging niet zonder slag of stoot. Zijn Groot Nederlandse gedachten en zijn zeer kritische houding naar de Oranjes, riepen politieke weerstand op. Zelfs Koningin Wilhelmina had bezwaren. Pieter vermeldt nog dat tijdens het diner na zijn oratie zijn zus en kinderen aanwezig waren maar ook de broer en zus van Corrie, Reinier en Jozien en Aafje Speets.

Pieter en Lien verhuizen naar Utrecht en betrekken een huis aan de Willem Barentszstraat.

Pieter gaat in 1957 met emeritaat. In 1958 ontvangt hij de PC Hooftprijs. Op 31 december 1966 overlijdt hij. De 15 jaar jongere Lien Kremer overlijdt 27 mei 1980.