Kinderen van PJ en Jozien
Petrus Johannes van Baarda
15 januari 1853 – 18 oktober 1890

Net zoals er twee Coenen geboren werden voordat de derde bleef leven, zo overleden er twee jongens Petrus Johannes voordat deze Piet wel de volwassen leeftijd bereikte.
Mark van der Bijll, de achter-achterkleinzoon van Piet heeft veel uitgezocht. Het merendeel van wat ik hier schrijf is ontleend aan zijn onderzoek.
Petrus Johannes (Piet) van Baarda werd op 15 januari 1853 in Den Haag geboren en groeide in Haarlem op, in een gezin met 6 kinderen. Nadat hij op de Hoogere burgerschool (Prinsenhof) een aantal afzonderlijke vakken heeft gevolgd, kiest hij op zijn 15e vrijwillig voor een militaire loopbaan.
De verdere beschrijving van zijn militaire carrière is gebaseerd op de militaire stamboeken (2 st.) die in het Nationaal Archief (Den Haag) bewaard worden.
De militaire carrière van P.J. van Baarda begint op 1 september 1868 wanneer hij zich aanmeldt bij het Instructie Bataljon in Kampen (Overijssel) voor een dienstperiode van 10 jaar. Dit in 1851 opgerichte bataljon leidde jongens in de leeftijd van 16 tot 18 jaar op tot onderofficier. Voor veel jongens die niet de goede vooropleiding hadden genoten (HBS of Gymnasium), en daardoor niet naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda konden, was dit een alternatieve route om officier te worden.
Pas in 1877 werd in Kampen de Hoofdcursus opgestart waarmee het mogelijk werd direct een opleiding tot officier te volgen. Van Baarda kon hier dus nog geen gebruik van maken.
Op 7 september 1869 gaat hij vrijwillig over naar het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk. Hier wordt hij op 1 oktober 1869 gepromoveerd tot korporaal en op 1 april 1870 tot sergeant.
Op 24 januari 1872 vertrekt hij vanaf Den Helder met het stoomschip de “Robertus Hendricus” naar Batavia. Na aankomst hier op 1 juli 1872 wordt hij geplaatst bij het 11e Bataljon infanterie en een half jaar later wordt hij toegelaten als élève (leerling) aan de militaire school in Meester Cornelis te Batavia.
Op 16 augustus 1874 wordt hij benoemd tot 2e luitenant en wordt hij teruggeplaatst bij het 11e Bataljon infanterie. In deze periode (begin december) wordt Piet uitgezonden naar Atjeh voor om deel te nemen aan de Atjeh-oorlog. Op 31 december 1874 wordt hij overgeplaatst naar het 3e Bataljon te Atjeh, waar hij tot 6 juni 1876 zal blijven. Voor zijn bijdrage aan de krijgsverrichtingen in deze periode krijgt Van Baarda het ereteken voor krijgsverrichtingen gedecoreerd (zie de oorkondes in de bijlagen). Vanwege het buitengewoon roemrijke aandeel van zijn bataljon in de strijd op Atjehse bodem (voor de periode 1873-1876), wordt op 24 maart 1877 het vaandel met het ereteken van de Militaire Willemsorde gedecoreerd aan het korps uitgereikt.
In maart 1885 krijgt hij vanwege zijn 12-jarige, onafgebroken dienstverband in Nederlands-Indië 2 jaar verlof om naar Nederland te gaan. Hij vertrekt op 16 mei met het stoomschip de Drenthe naar Nederland. Waar hij na aankomst in Nederland verblijft is niet bekend maar in deze periode leert hij zijn toekomstige vrouw kennen. Tijdens de verlofperiode krijgt Piet de mogelijkheid om deel te nemen aan de cursus voor algemene krijgskundige studiën aan de 2e afdeling van de Krijgsschool in Den Haag (aan de Nieuwe Uitleg). Op 1 oktober 1886 begint hij (met intrekking van zijn verlof) aan deze opleiding.

Op 5 augustus 1887 trouwt P.J. van Baarda met Anna Elisabeth Meijjes (geb 24-10-1857) in Apeldoorn en op 18-09-1888 wordt hun eerste dochter Joziena Suzanna Johanna (Non) geboren in Den Haag.
Piet had uit een relatie met een Inlandse vrouw een zoon: Johannes, geboren 30-07-1885 in Muntok. Nadat hij met echtgenote en dochter Non in Indië terug is gekeerd erkent hij hem op 8 maart 1889 als zijn zoon en neemt het echtpaar Johannes in hun gezin op.
In dat jaar wordt hij bevorderd tot kaptein en eind 1888 wordt hij samen met zijn gezin opnieuw uitgezonden naar Nederlands Indië. Daar wordt op 14 november 1889 hun tweede dochter Anna Elisabeth geboren.
In 1890 krijgt hij de opdracht de tweede tin expeditie naar Zuid Flores te leiden. Op 19 of 20 april 1890 vertrekt hij uit Batavia naar het fort Willem 1 in Ambarawa om zich daar bij de militairen te voegen voor de expeditie naar Flores.
Gedurende zijn verblijf op Flores schrijft Piet vele brieven aan zijn vrouw in Batavia. Deze brieven zijn bewaard gebleven. In het laatste bericht voor zijn dood, een briefkaart, schrijft hij:
Briefkaart Bo Rewoe 12, october 1890. Mijn best wijf, dit is je nog niet dikwijls overkomen dat ge het stellen moet met een briefkaart, waar dagen overheen zijn gegaan voor de boot vertrok en dus gelegenheid was tot behoorlijke suppletie. Maar die gelegenheid was toch niet zoo nieuw, want er was veel dienstgeschrijf en ik lag eenige dagen in den lappenmand. Dank voor je goede brieven van moeder ontvangen, die me weder menig aangenaam oogenblik zullen geven. Uw P.
Zes dagen later, op 18 oktober 1890 overleed Kapitein van Baarda in het bivak Watoe Loko aan een buikaandoening.
Zijn vrouw Betsy hoort dat een week later, 26 oktober 1890. Het is opvallend met welk tempo de achtergebleven weduwe en kinderen naar Nederland terugkeren. Op 12 november stappen Betsy, de twee dochters en hun halfbroer op de boot de ‘Zuid Holland’ terug naar Nederland.
Mark van der Bijll heeft nog veel meer informatie verzameld. U kunt al deze documenten hier vinden:

