Kinderen van PJ en Jozien
Suzanna Johanna van Baarda
6 juni 1843 – 17 augustus 1916
Het idee voor het concept Diaconessenhuis is ontwikkeld door de Duitse dominee Theodoor Fliedner. Hij heeft in 1836 in Kaiserswerth, een plaatsje bij Düsseldorf, een ziekenhuis gesticht met daaraan verbonden een opleidingsinstituut voor christelijke verpleegsters die Diaconessen worden genoemd. De diaconessen behoren ten dienste te staan “van Jezus, de zieken en elkaar”. Als teken van hun waardigheid en als bescherming dragen de diaconessen de kleding van de Duitse burgervrouw uit die tijd. Het opleidingsinstituut wordt het Mutterhaus genoemd. Florence Nightengale verblijft hier in 1850 gedurende 3 maanden.
Het Mutterhaus is niet alleen de eerste opleidingsschool voor verpleegkundigen maar ook de eerste beroepsopleiding voor vrouwen.
Suze start in dit Mutterhaus in 1872, op initiatief van de freule, haar opleiding tot verpleegkundige en diacones. Na voltooiing wordt ze door de freule als eerste Diacones van het kort daarvoor gestichte Diaconessenhuis aangesteld. Dit is het derde Diaconessenhuis dat in Nederland wordt gesticht na Utrecht (1844) en het Bronovo in Den Haag (1865).
De vraag van Heldring om zich te ontfermen over epilepsiepatiënten blijft Anna Teding bezig houden. Aanvankelijk neemt ze deze patiënten op in het Diaconessenhuis maar dat pakt niet goed uit. Ze besluit in de achtertuin van het ziekenhuis een huisje te bouwen dat de naam ‘Zoar’ kreeg. Hier konden 6 vrouwelijke epilepsie patiënten opgenomen worden, de eerste in 1881. Suze van Baarda is hier de enigste verpleegster.
Tussen 1884 en 1887 moet Suze een tijd haar werk staken door ziekte. In 1887 wordt ze wijkverpleegster in Amsterdam.
In 1891 neemt ze de zorg op zich voor moeder Josien. Die overlijdt in 1906 op 90 jarige leeftijd. Ze blijft in die jaren nog wel werkzaamheden doen voor de diaconessen.
Na haar pensionering woont ze in Zeist in een appartement van de Hernhutters aan het Zusterplein no 16








